Jrg 23 no 1 april 2026
Tekst Norville Plet-Burleson
Voor mij zat een jong meisje. Ze was aangemeld vanwege ‘afwijkend gedrag’. Maar, wat bleek? Haar medestudent had haar ongewenst aangeraakt, aan haar borsten en billen. In plaats van bescherming kreeg zij de schuld. Vanuit de schoolleiding klonk het: “Jonge meisjes zijn zo hitsig.” “Mag ik dan geen vrienden hebben? Ik krijg overal de schuld van!” huilde ze. De schaamte en het schuldgevoel zorgden ervoor dat ze dichtklapte.
Dit is een pijnlijk voorbeeld van hoe gendernormen in onze samenleving werken. Meisjes worden verantwoordelijk gehouden voor wat hen overkomt, terwijl jongens vaak worden weggezet met een schouderophalen. ‘Boys will be boys’.
Maar ook jongens zijn kwetsbaar en lopen het risico seksueel te worden geïntimideerd. Zo werd een jongen van negen jaar misbruikt door een volwassen man die juist voor zijn veiligheid had moeten zorgen. Acht jaar later worstelt de nu jongeman nog dagelijks met de gevolgen: agressie, wantrouwen en moeite met het aangaan van relaties.
De school is voor hem geen veilige plek, maar een strijdtoneel. Zijn moeder doet wat ze kan, emotioneel en financieel, maar draagt haar eigen verdriet in stilte. Hij voelt dat. Elke dag. De dader? Die heeft zijn straf uitgezeten en leeft zijn leven verder. Maar voor dit gezin is het verhaal nog lang niet voorbij.
En dan is er die jonge moeder, staand voor de poort van een crisisopvang. Haar keuze om te vertrekken uit een gewelddadige relatie zou een stap richting veiligheid moeten zijn. In werkelijkheid voelt het als een tweede straf. Onzekerheid overheerst. Er is geen duidelijk perspectief, geen garantie op stabiliteit. Toch koos ze voor de veiligheid van zichzelf en haar kind. Dat vraagt moed. Maar moed alleen is niet genoeg als onze systemen tekortschieten.
Kwetsbaarheid is geen toeval

Er zijn heel veel jongeren die opgroeien in onveilige situaties en hierdoor kwetsbaar zijn en een groter risico lopen op grensoverschrijdende relaties, seksueel geweld en gezondheidsproblemen zoals hiv. Niet omdat zij ‘verkeerde keuzes’ maken, maar omdat hun omgeving hen daarin onvoldoende beschermt. De gevolgen van deze onveiligheid reiken verder dan individuele ervaringen. In Suriname wordt geschat dat ongeveer achtduizend mensen leven met hiv. Vanwege het stigma en de discriminatie tegen mensen die leven met hiv, kent de helft hun status niet en krijgt daardoor niet de juiste behandeling.
En het raakt ook onze jongeren. Onder vrouwen van vijftien en 24 jaar ligt de prevalentie rond de 0,6 procent. Deze cijfers staan niet los van de gevallen die hierboven zijn genoemd. Integendeel. Ze laten zien wat gebeurt wanneer bescherming, begeleiding en tijdige interventie ontbreken.
Kwetsbaarheid ontstaat zelden in isolatie. Het is het resultaat van een samenspel van factoren zoals armoede, gendernormen, geweld, gebrekkige opvoedkundige ondersteuning en falende systemen. Daar moeten we eerlijk over zijn.
Onze systemen werken niet altijd zoals ze zouden moeten. Ik ervaar dat in mijn discipline als maatschappelijk werker. Te vaak ontbreken meldprocedures op scholen. Te vaak krijgen slachtoffers niet of te laat de zorg die zij nodig hebben. Te vaak vallen gezinnen na opvang terug in dezelfde omstandigheden. En te vaak werken instanties langs elkaar heen, zonder samenwerking, zonder verantwoordelijkheid.
Dubbele moraal
We hebben beleid. We hebben wetten. We hebben plannen. Maar zolang deze niet voelbaar zijn in het leven van mensen, blijven het papieren werkelijkheden. Maar het zit zelfs iets dieper: de dubbele moraal rondom gender. Wat accepteren we van jongens? Wat verwachten we van meisjes? Wie krijgt bescherming en wie krijgt schuld?
Zolang we blijven normaliseren dat meisjes ‘voorzichtiger’ moeten zijn in plaats van dat jongens leren grenzen te respecteren, blijven we het probleem in stand houden. Zolang jongens geen ruimte krijgen om kwetsbaarheid te tonen, blijven trauma’s zich uiten in agressie of destructief gedrag. En zolang we als samenleving wegkijken van deze patronen, betalen jongeren de prijs.
Ik klaag niet zomaar. Wij, maatschappelijk werkers en andere hulpverleners, zien deze realiteit dagelijks. De voorbeelden die ik hierboven heb aangehaald, spelen zich af in de echte levens van veel van onze jongeren.
Van intentie naar actie
Maatschappelijk werkers spelen een unieke rol in het zichtbaar maken van wat anders onopgemerkt blijft. Wij signaleren dagelijkse patronen van verwaarlozing, geweld en onveiligheid, nog voordat deze uitmonden in acute crises. Ons werk is agenderend: door het onder de aandacht te brengen van scholen, zorginstellingen en beleidsmakers, zorgen wij dat structurele problemen niet blijven liggen.
Daarnaast hebben wij een adviserende rol, waarbij we concrete oplossingen aandragen om kwetsbare jongeren te beschermen en te ondersteunen. Zonder deze combinatie van signaleren, agenderen en adviseren, blijft kennis over risico’s gefragmenteerd en lopen jongeren onnodig schade op die met tijdige interventie te voorkomen zou zijn.
Daarom is het tijd om verder te gaan dan intenties. Als we werkelijk onze jongeren een veilig en beschermd leven gunnen, moeten we durven kiezen voor concrete prioriteiten. Allereerst: elke school moet een duidelijke meld- en opvolgprocedure hebben voor grensoverschrijdend gedrag. Ten tweede: directe toegang tot traumazorg voor kinderen en gezinnen. Ten derde: structurele samenwerking tussen de ministeries van Jeugdontwikkeling en Sport, Sociale Zaken en Volkshuisvesting, Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid zodat het beleid daadwerkelijk in de praktijk werkt.
En weet u, dat vraagt om leiderschap. Beleidsmakers moeten niet alleen beleid formuleren, maar ook sturen op uitvoering. Monitoring en evaluatie mogen geen formaliteiten zijn, maar moeten richting geven aan verbetering.
Want terwijl wij als volwassenen onvoldoende zorg, respect en betrokkenheid tonen voor onze jongeren, verliezen zij hun toekomst door omstandigheden die vaak te voorkomen zijn. We weten wat er moet gebeuren. De vraag is niet langer wat, maar of we bereid zijn om jongeren eindelijk echt prioriteit te geven.