Waarom de strijd tegen huiselijk geweld zich vooral buiten beeld afspeelt

Jrg 22 no 10 januari 2026

Tekst Carla Bakboord

Als samenleving hebben wij 2025 moeten afsluiten met gruwelijke geweldsincidenten. Tegelijkertijd hebben we wel een duidelijk signaal afgegeven dat dit onacceptabel is en dat huiselijk geweld beter moet worden aangepakt. Laten we in 2026 samen alles doen om dit geweld te voorkomen. Na iedere ernstige geweldszaak waarbij vrouwen en kinderen om het leven komen, spreken organisaties hun afschuw uit. Dat is terecht. Tegelijkertijd volgen er steevast felle reacties vanuit de samenleving en de diaspora in Nederland: dat er niets tegen wordt gedaan, dat organisaties en personen alleen zichtbaar zijn in crisistijd en daarna weer verdwijnen. Dat beeld is begrijpelijk, maar doet geen recht aan de werkelijkheid.

Al decennialang zetten talloze organisaties, deskundigen en vrijwilligers zich, vaak met beperkte middelen, dagelijks in voor de aanpak van huiselijk en gendergerelateerd geweld. Dat gebeurt binnen én buiten de overheid: in beleid, preventie, training, voorlichting, hulpverlening, wetgeving en doorverwijzing. Dat het geweld daarmee niet is verdwenen, laat vooral zien hoe diepgeworteld en complex dit probleem is.

In de praktijk zien we dat slachtoffers nog te vaak worden teruggestuurd naar de dader, door familieleden, door vrienden, door buren. Mensen kijken de andere kant op in sportclubs, religieuze gemeenten, verenigingen en op digitale media. Online zien we reacties die het geweld bagatelliseren of het slachtoffer verantwoordelijk houden: “Ze had hem niet moeten uitdagen”, “Ze moet haar gezin bij elkaar houden”, “Je hangt je vuile was niet buiten”.

Dit zijn geen losse uitspraken. Ze maken deel uit van diep ingesleten sociale scripts: normen die we al van jongs af aan meekrijgen over loyaliteit, gehoorzaamheid, zwijgen en volhouden, ook wanneer dat pijn doet. Over het idee dat problemen binnen de familie moeten blijven en dat buitenstaanders zich er niet mee mogen bemoeien. Juist deze familiedynamieken maken huiselijk geweld zo moeilijk bespreekbaar en zo hardnekkig. Zeker als het ook om kinderen gaat.

Verantwoordelijkheid
Wanneer organisaties na tragedies hun stem laten horen, doen zij dat niet uit routine, maar om de samenleving wakker te schudden op hun eigen verantwoordelijkheid. Huiselijk geweld is geen probleem van hulpinstanties alleen. Familieleden die blijven zwijgen, vrienden die wegkijken en Facebookgebruikers die daders beschermen en slachtoffers beschuldigen, maken allemaal deel uit van de sociale omgeving waarin geweld kan voortbestaan.

Het werk stopt niet na een persverklaring. Ook in de weken, maanden en jaren daarna wordt er, grotendeels onzichtbaar, doorgewerkt aan betere bescherming, preventie en ondersteuning, stap voor stap, in een realiteit waarin liefde, afhankelijkheid, loyaliteit en geweld vaak pijnlijk met elkaar verweven zijn.

Wat doet WRC, en wat niet
Ik begrijp het onbegrip dat ontstaat na al die statements. Huiselijk geweld raakt ons allemaal diep en het kan voelen alsof er te weinig gebeurt. Toch is het belangrijk te weten dat Women’s Rights Centre (WRC) geen eerstelijns hulpverleningsinstantie is en geen directe noodopvang biedt. Wat wij wél doen, is al decennialang werken aan de randvoorwaarden voor structurele verandering, onder andere door:

  • trainingen te verzorgen voor politie, militaire politie, hulpverleners, artsen, psychologen, religieuze leiders, leerkrachten, studenten en scholieren;
  • seminars te organiseren voor rechters, officieren van justitie en advocaten;
  • bij te dragen aan wetgeving, waaronder de Wet Bestrijding Huiselijk Geweld;
  • onderzoek te verrichten zodat beleid beter aansluit op de realiteit;
  • signaleren van hiaten in kennis, samenwerking en regelgeving;
  • voorlichting te geven via radio en digitale media.

Slachtoffers die ons bellen, krijgen altijd een zorgvuldig gesprek en worden doorverwezen naar de juiste instantie.

Beeld: hgkmportaal

Waarom het zo moeizaam gaat
Uit onderzoek dat wij in 2022 hebben verricht binnen drie sectoren blijkt dat structurele problemen en onvoldoende kennis van mensenrechten en huiselijk geweld de aanpak blijven belemmeren:

  • Politie en justitie: te weinig gespecialiseerde eenheden, hoge werkdruk, onvoldoende  middelen en gebrekkige registratie;
  • Sociale hulpverlening: tekort aan goed opgeleide hulpverleners, onveilige werkplekken, beperkte middelen en onvoldoende bekendheid met de doorverwijsroute.
  • Gezondheidszorg: weinig kennis over signalering van geweld, gesprekken zonder privacy en nauwelijks registratie.

Deze structurele tekortkomingen maken duidelijk dat huiselijk geweld niet alleen een sociaal probleem is, maar ook een hardnekkig institutioneel probleem. 

Actieve betrokkenheid van burgers

Voorlichting op scholen is belangrijk, maar niet voldoende. Verandering vraagt ook om actieve burgers. Dat betekent als burger zelf informatie opzoeken, weten waar organisaties te vinden zijn en niet afwachten tot een ander het oplost. Een familielid, buur, collega of vriend die met zorgen komt, heeft in de eerste plaats een luisterend oor nodig. Niet oordelen, en het gedrag van de daders niet goedpraten, maar samen kijken welke hulp mogelijk is: meegaan naar een gesprek, informatie helpen zoeken of doorverwijzen. De geactualiseerde doorverwijsroute is er straks voor iedereen die actief wil bijdragen aan veiligheid.

Begrijpelijke machteloosheid

Ik begrijp het dat veel mensen zich machteloos voelen wanneer zij opnieuw geconfronteerd worden met ernstige geweldszaken. Het gevoel dat alles stilstaat, kan leiden tot de verwachting dat organisaties het probleem in één keer zouden moeten oplossen. Vanuit die machteloosheid ontstaan felle reacties op sociale media, waarbij maatschappelijke organisaties ter verantwoording worden geroepen. Wat daarbij vaak uit beeld raakt, is dat veel van het werk zich niet in het openbaar afspeelt. Het gaat om vertrouwelijke gesprekken, bescherming van slachtoffers en structurele veranderingen die tijd kosten. Zichtbare acties, zoals het uitdelen van voedsel- of hulppakketten, geven mensen het gevoel dat er direct iets gebeurt. En dat is waardevol. Tegelijkertijd betekent het niet, dat als niet iedere organisatie haar inzet op Facebook of andere platforms deelt, die inzet er niet is. Dagelijks vinden er in stilte talloze vormen van steun plaats: mannen en vrouwen, kleine ondernemers die geld doneren, huishoudelijke producten verzamelen, vervoer regelen voor slachtoffers, tijdelijk onderdak bieden of kleding beschikbaar stellen. Deze vormen van solidariteit zijn misschien minder zichtbaar, maar vormen een noodzakelijk vangnet voor mensen die zich in acute nood bevinden.

Het is precies deze combinatie van professionele inzet, randvoorwaarden creëren, en stille betrokkenheid vanuit de samenleving die het verschil maakt. Door oog te hebben voor wat er achter de schermen gebeurt, ontstaat een realistischer beeld van de gezamenlijke inspanning die nodig blijft om huiselijk geweld ook in 2026 verder terug te dringen.

Geef een reactie