Jrg 22 no 12 maart 2026
Tekst Henna Guicherit
De Internationale Dag van Vrouw staat niet gelijk aan Moederdag. Ik stel dit expliciet omdat deze dag vaker is ‘gevierd’ op een wijze die doet denken aan Moederdag. De jaarlijkse herdenking moet naar mijn mening geïnspireerd zijn door de vrouwenstrijd die 115 jaar geleden(1911) de drijfveer was tot de instelling van 8 maart, Internationale Dag van de Vrouw. Een strijd tegen discriminatie van vrouwen en voor gendergelijkheid; om de erkenning en naleving van de mensenrechten van vrouwen. Vrouwenrechten staan anno 2026 wereldwijd onder druk, maar nog recht overeind. Brandende zaken die de naleving van vrouwenrechten betreffen, mogen op 8 maart niet overschaduwd worden door de focus te verleggen naar een feestdag voor vrouwen.
Het verschil
Wanneer op 8 maart, net zoals op Moederdag, waardering wordt uitgesproken over de onmisbare bijdragen van vrouwen aan de samenleving en voorbeeldvrouwen in de bloemen worden gezet, is daar niets mis mee. Maar als men deze dag niet ook benut om een pleidooi te houden voor de naleving van vrouwenrechten, dan gaat men voorbij aan het waarom en het ontstaan van deze internationale vrouwendag. Wie de historie niet kent, loopt het gevaar een invulling aan de herdenking te geven die niet strookt met de geest van deze dag. Het is niet ondenkbaar dat zij die de belangenstrijd van vrouwen geen warm hart toedragen een andere wending geven aan deze dag.
Op Moederdag is het sinds jaar en dag gebruikelijk om moeders te prijzen en te huldigen met bloemen. Waarvoor? Voor de voorbeeldige wijze waarop zij de reproductieve/huishoudelijke taken vervullen die hen door de genderarbeidsverdeling zijn toegewezen. De ongelijke verdeling van de arbeid en van de macht wordt op Moederdag niet ter discussie gesteld. Het is ook niet gebruikelijk stil te staan bij de driedubbele rol die vrouwen, in tegenstelling tot mannen, vervullen; een reproductieve, een (deels onbetaalde) productieve en een sociale rol.
Als men op de Internationale Dag van de Vrouw vrouwen in de bloemen zet, pleit ik ervoor strijdbare vrouwen te selecteren die bijdragen – hebben bijgedragen – aan de empowerment van vrouwen. Dat wil zeggen dat zij zich inzetten voor de vervulling van de strategische behoeften van vrouwen.
Strategische genderbehoeften zijn nodig om de ondergeschikte positie van vrouwen ten opzichte van mannen te veranderen. Door in deze behoeften te voorzien worden vrouwen versterkt. Het gaat dan om zaken zoals de toegang tot grond, posities van beleid en besluitvorming, vergroting van de verdiencapaciteit, volwaardige banen, gelijk loon voor arbeid van gelijke waarde, toegang tot krediet en indamming van het gendergerelateerd en huiselijk geweld. Vervulling van deze behoeften brengt structurele verbetering in de positie van vrouwen en in de genderrelaties.
Praktische genderbehoeften zijn de behoeften die ontstaan vanuit de omstandigheden die vrouwen ervaren in de rollen die de samenleving hen toebedeelt. Deze behoeften zijn vaak gerelateerd aan hun rol als moeders en verzorgers van basisbehoeften en hebben te maken met zaken als huisvesting, toegang tot veilig drinkwater, kwalitatieve gezondheidszorg, betaalbare levensmiddelen, nutsvoorzieningen en goed onderwijs en schooltransport. Het vervullen van deze praktische genderbehoeften brengt een verlichting in het dagelijks bestaan van vrouwen, maar brengt geen structurele verbetering in hun positie en in de ongelijke genderrelaties.
Pleiten
Laten allen die zich inzetten voor vrouwenbelangen zich op 8 maart profileren als pleitbezorgers voor een evenredige arbeidsverdeling tussen vrouwen en mannen. Voor het meerekenen van de onbetaalde productieve- en zorgarbeid van vrouwen in het Bruto Binnenlands Product. Voor betere salariëring en een menswaardig bestaan voor onze werkers in de gefeminiseerde (vervrouwelijkte) sectoren zorg en onderwijs. Er voor pleiten dat politieke partijen zich inzetten voor een grotere politieke participatie van vrouwen. Onvermoeid een lans blijven breken voor een efficiëntere en effectievere aanpak van het verontrustend en toenemende gendergerelateerd en huiselijk geweld.
Immers erkenning en naleving van de mensenrechten van vrouwen is niet alleen in het belang van vrouwen maar van alle burgers. Bovendien is het een voorwaarde voor de ontwikkeling. Opheffing van de discriminatie tegen vrouwen en de genderongelijkheid is sector en ministerie-overstijgend. Niet slechts een aangelegenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken belast met genderaangelegenheden, maar een verantwoordelijkheid van alle ministeries, van het bedrijfsleven, de vakbeweging en het maatschappelijk middenveld.
Historie
Op voorstel van Clara Zetkin (1857 – 1933), een Duitse marxist en feminist die streed voor vrouwenkiesrecht en gelijkheid, wees het Internationale Socialistische Congres van 1910 8 maart aan als Internationale Dag van de Vrouw; een historische mijlpaal in de strijd voor erkenning van vrouwenrechten. Voor hun recht om te stemmen en gekozen te worden, hun recht op betaald werk, hun recht op een leven vrij van geweld en hun recht op moederschapsbescherming.

In 1978 werd deze dag in Suriname geïntroduceerd door de Progressieve Vrouwen Unie (PVU). Een kleine groep vrouwen en jongeren bracht toen symbolisch een bloemenhulde aan het beeld van ‘Mama Sranan’ aan de Kleine Combéweg. De voorzitter van de PVU vroeg op deze historische dag altijd onverbloemd en concreet aandacht voor kwetsbare vrouwen, misstanden en de wijze waarop vrouwen gediscrimineerd worden. Daarbij schroomde zij niet de regering in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op haar verantwoordelijkheid en aan te geven wat concreet van het beleid werd verwacht.
Laten wij op 8 maart pleiten voor gelijke kansen en behandeling van vrouwen en tegen alle vormen van discriminatie en geweld tegen vrouwen. Laten wij de vooruitgang die is geboekt in de strijd voor gendergelijkheid memoreren. Dankbaarheid tonen voor de bijzondere bijdragen van ‘dyadya’-vrouwen en solidariteit tonen met al onze zusters op deze planeet, in het bijzonder zij die gebukt gaan onder oorlogs- en staatsgeweld.