Geweld is geen incident, het is een systeem

Jrg 22 no 11 februari 2026
Tekst Carla Bakboord

Soms is het goed om terug te blikken. Dat doe ik zo nu en dan, vooral wanneer het gaat om de aanpak van gendergerelateerd en huiselijk geweld. Welke strategieën hebben we ontwikkeld? Wat hebben we geleerd? Wie zich hier serieus in verdiept, leert één ding snel: gendergerelateerd en huiselijk geweld zijn zelden incidenten. Het zijn geen losse uitbarstingen, geen ‘ongelukkige momenten’. Geweld is een patroon. En dat patroon heeft altijd te maken met macht.

Vormen van geweld
We onderscheiden verschillende vormen van huiselijk en gendergerelateerd geweld: financieel of economisch geweld; psychisch of emotioneel geweld; lichamelijk en seksueel geweld. De laatste jaren is daar ook digitaal geweld bijgekomen. De verschijningsvormen verschillen, maar de onderliggende logica is steeds dezelfde. Degene met meer macht bepaalt de speelruimte. Degene in een ondergeschikte positie draagt de schade. En meestal is weggaan voor het slachtoffer geen haalbare optie.

Financieel geweld maakt iemand afhankelijk. Psychisch geweld ondermijnt zelfvertrouwen en eigenwaarde. Lichamelijk geweld dwingt gehoorzaamheid af. Seksueel geweld ontneemt autonomie over het eigen lichaam. Digitaal geweld zorgt voor permanente controle en isolatie. In al deze vormen zien we hetzelfde mechanisme: macht die niet wordt begrensd, wordt misbruikt.

Terugblikken helpt om patronen te herkennen. Mijn gedachten gingen daarom ook uit naar vijftig jaar politieke besluitvorming in onze samenleving. Ik bladerde door oude krantenberichten en las over stakingen en boze en ontevreden burgers. Al decennia dezelfde frustraties over armoede, bestaansonzekerheid en falend beleid. Ik hoor mijn vader nog vertellen hoe politieke leiders en de overheid, als verlengstuk van partijpolitieke belangen, hun burgers keer op keer slecht behandelden.

Steeds vaker vergelijk ik dit gedrag van de staat, via politieke machthebbers, naar de burgers met dat van de plegers van huiselijk en gendergerelateerd geweld. Niet omdat de context dezelfde is, maar de machtslogica is dat wel. Deze vormen van geweld beperken zich niet tot gezinnen en relaties. Ze spelen zich ook buiten de voordeur af. Burgers worden al decennialang, ongeacht welke politieke partij of partijcombinatie aan de macht is, blootgesteld aan vergelijkbare vormen van geweld. Niet door één persoon, maar door systemen die dit in stand houden. En laten we niet vergeten: systemen worden door mensen vormgegeven.

Gegenereerd met AI

Uitingen en gevolgen

Burgers ervaren financieel geweld wanneer hun bestaanszekerheid structureel ontbreekt, wanneer lonen achterblijven bij hoge inflatie, schulden zich opstapelen en basisvoorzieningen onbetaalbaar worden. Psychisch geweld wanneer onzekerheid, vernedering en wantrouwen genormaliseerd raken. Lichamelijk geweld wanneer slechte zorg, ongezonde voeding en slechte leefomstandigheden letterlijk hun tol eisen op lichaam en geest. En ja, ook seksueel- en gendergerelateerd geweld krijgt ruimte in systemen waarin bescherming faalt en ontbreekt en kwetsbaarheid niet wordt erkend.

Net als bij huiselijk geweld is weggaan voor slachtoffers ook hier zelden een optie. Wie als burger ‘weggaat’ door te emigreren, krijgt vaak het verwijt het land in de steek te laten. Zijn verantwoordelijkheid niet te nemen. Alsof vertrekken geen overlevingsstrategie is, maar verraad. Precies zoals slachtoffers van huiselijk geweld te horen krijgen dat ze ‘hadden moeten blijven’, ‘hadden moeten vechten’, ‘hadden moeten volhouden.’ De morele schuld wordt consequent gelegd bij degene die probeert te ontsnappen aan het geweld. En niet bij degenen die het systeem in stand houden die dat geweld normeert.

Onderzoeken en bewustwording
Een bekend antropologisch onderzoek, The Heart Is Unknown Country, laat zien dat burgers hun relatie met de staat niet alleen rationeel ervaren, maar ook emotioneel. In verschillende contexten klinkt steeds dezelfde doorleefde ervaring: ‘zij houden niet van ons’. De overheid wordt gezien als afstandelijk, onverschillig, vooral gericht op zichzelf, gesteund door kapitaal en verstrengeld met macht.

Ook in mijn onderzoek, ‘Omdat wij Indianen zijn’, onder inheemse gemeenschappen zie ik dit terug. Veel inheemsen voelen zich geen volwaardig onderdeel van het nationale proces. Niet omdat zij zich afkeren van de samenleving, maar omdat verantwoordelijke politici zich al decennia van hen hebben afgewend. Wie structureel wordt buitengesloten, ontwikkelt geen verbondenheid. Dit raakt aan een diepere vorm van geweld tegen burgers.

Huiselijk geweld en politiek machtsmisbruik staan niet los van elkaar en volgen dezelfde kernlogica: macht zonder effectieve controle. Systemen waarin degenen met macht vrij spel krijgen, omdat toezicht ontbreekt en sancties uitblijven. We weten uit de aanpak van huiselijk geweld hoe gevaarlijk dat is. Jarenlang gingen plegers vrijuit, beschermd door sociale structuren en institutionele stiltes. Pas toen geweld bij wet strafbaar werd gesteld en slachtoffers zich bewust werden van machtsverhoudingen, kwam er langzaam verandering.

Diezelfde bewustwording hebben burgers nu nodig. Burgers moeten leren hoe macht werkt. Dat volksvertegenwoordigers en regeringsleiders niet in dienst zijn van hun politieke kameraden en sponsors maar van het volk. Zij zijn verantwoording schuldig aan burgers en niet andersom.

Zonder dat bewustzijn ontstaat vervreemding. En een vervreemd volk is een gevaarlijk volk. De geschiedenis laat zien dat samenlevingen in opstand komen wanneer zij structureel worden genegeerd, vernederd en buitengesloten. Wanneer zij het gevoel krijgen dat hun belangen er niet toe doen en dat democratie slechts een façade is.

Macht niet opstapelen maar delen

Voor mij betekent democratie niet alleen bij verkiezingen je stem uitbrengen. Het betekent dat iedereen recht heeft op basisbehoeften: goede gezondheidszorg, degelijk onderwijs, volwaardige banen, betaalbare huisvesting, gezonde voeding en veiligheid. Burgers betalen belasting om dat mogelijk te maken. 

De overheid zou zich moeten gedragen als een zorgende structuur, niet als een zelfverrijkend systeem.

Er bestaat een krachtig tegenbeeld: de potlatch, een ceremoniële gift-economie bij inheemse volkeren aan de noordwestkust van Noord-Amerika. Daar toont macht zich niet door bezit op te stapelen, maar door bezit te delen. Hoe meer iemand kan weggeven, hoe groter zijn status. Macht is daar relationeel, dienstbaar en zichtbaar.

Misschien is het tijd om na te denken wat dit betekent voor ons begrip van leiderschap. Wat als macht niet draait om behoud, maar om terug te geven aan de samenleving? Wat als de staat zich minder opstelt als eigenaar en meer als hoeder? Zolang we structureel geweld blijven normaliseren, en dit systeem niet veranderen, blijven burgers de prijs betalen.

Geef een reactie