Terwijl het gras groeit, sterft niet alleen de cassave

Jrg 23 no 2 mei 2026

Tekst Henna Guicherit

      

Vijftig teelsters langs de Afobakaweg, op de route tussen Kraka en Phedra, hebben hun cassaveaanplant niet kunnen redden en zitten brodeloos thuis. Op wie kunnen cassavetelers, wiens aanplant is aangetast door de cassaveheksenbezemziekte, nu nog rekenen? Waar moeten zij voor advies en ondersteuning aankloppen om een luisterend en vooral gewillig oor te vinden? Maar wat als die niet thuis geven en de bestaanszekerheid van de vrouwen verder onder druk komt te staan? Deze prangende vragen houden mij het hele jaar al in toenemende mate bezig omdat veel – hoeveel precies weet ik niet – cassavetelers brodeloos zijn of worden door de cassaveheksenbezemziekte.

Impact

In de Genderoptiek van 6 april heb ik melding gemaakt van deze aantasting. Deze alarmerende cassaveziekte heeft een grote impact op vrouwen en mannen in de teelt en de verwerking. Ik heb benadrukt dat de voedsel- en bestaanszekerheid van telers en verwerkers onder grote druk staat. Dat er acute beleidsmaatregelen moeten worden getroffen om de ziekte in te dammen, variëteiten te behouden en telers en verwerkers te ondersteunen. 

De verantwoordelijken op het hoogste niveau op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij kwamen niet in actie, ook niet toen zij daags na het artikel, veertien alarmerende foto’s en vijf video’s ontvingen over een seniorencassaveteelster in district Para. Hoe lang moet zij, en met haar vele anderen, die worstelen met de cassaveheksenbezemziekte, nog wachten?

Ik leefde in de veronderstelling dat verantwoordelijken voor het landbouwbeleid gealarmeerd zouden zijn en meteen in actie zouden komen. Niets is minder waar. En met actie bedoel ik: massaal het veld ingaan, de teelsters aanhoren en voorlichten, hun aanplant inspecteren en samen met hen de aangetaste planten en plantendelen direct ter plekke verbranden. Vooral dit laatste. Dat weten en doen velen niet, terwijl het een cruciale voorwaarde is om de ziekte in te dammen. Aan de verantwoordelijken zeg ik: deze plantenziekte bestrijdt u niet al koffiedrinkend op een comfortabele bureaustoel in een aircokamer. 

Oda Sanna

Oda Sanna is een cassaveteler. Zij is een weduwe die vorige maand zeventig jaar is geworden. Het planten en verwerken van cassave is wat zij van kinds af doet en waarmee zij, vooral nu haar man vier jaar geleden is overleden, alleen voor haar levensonderhoud moet zorgen. Met haar decennialange ervaring in de teelt en verwerking van cassave is zij een gerespecteerde deskundige op dit gebied. En met haar zijn er meerdere dyadya ksaba uman die in de basisvoeding van hun gezin voorzien en tegelijkertijd kostwinner zijn.

Sanna heeft haar kostgrond nu in Wisawini, gelegen tussen Powakka en Pierrekondre. Zo ook waren er vijftig Marronvrouwen langs de Afobakaweg die op traditionele wijze aan landbouw deden. Zij plantten tot voor kort voornamelijk bittere cassave voor de markt en voor verwerking tot cassavebrood en kwak. 

Sanna laat zien hoe haar cassaveplanten zijn aangetast. Het kan niet missen. Hier is sprake van de cassaveheksenbezemziekte. Als zij een aangetaste plant uittrekt, blijkt dat deze geen knollen heeft voortgebracht. Het is iedere keer weer zieke planten uittrekken en opnieuw planten. De cyclus blijft zich herhalen. “Ik hoop dat de ziekte zal stoppen, maar het stopt maar niet. Iedere keer weer hetzelfde. Ik houd van mijn kostgrond. Ik plant en plant. Ik ben alleen. Mijn kinderen brengen mij naar de kostgrond. Ik moet eten. En waar moet ik nu van leven?” vraagt Sanna bezorgd. 

Maar wanneer zij vertelt dat haar aanplant al twee tot drie jaar ziek oogt en weinig oplevert, ben ik stil en heel erg verbaasd. Hoe bestaat het? Dit heeft zij in haar decennialange carrière nog nooit eerder meegemaakt. “Als u mij hulp kunt bieden, komt u mij asjeblieft helpen,” verzoekt zij hoopgevend. 

Al twee tot drie jaar? Dit betekent dat de cassaveheksenbezemziekte zich in Suriname veel eerder dan ons is voorgehouden, heeft verspreid. Maar bij de beleidsverantwoordelijken en leidinggevenden hebben de bellen bij mijn weten niet gerinkeld. Hoe kan het dat men op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij en Regionale Ontwikkeling hier al die tijd niet van op de hoogte was? Heeft men het verzwegen? De andere kant op gekeken? Ergo, heeft men er bewust geen melding van gemaakt en niet ingegrepen? Dat zou een misdaad zijn. Ik wacht in spanning op het antwoord dat ik hoop te krijgen; zo niet, dan zal ik het vinden.

Beeld Adjako Daveni   

Voedselschuur?

Ik wil de ‘beleidsmakers’ die al jarenlang praten over Suriname als voedselschuur voor de Caricom, bij dezen verzoeken het woord ‘voedselschuur’ niet meer in de mond te nemen. Want u heeft:

  • geen effectieve actie ondernomen om de cassavecultuur, waar duizenden gezinnen van afhankelijk zijn, te beschermen; 
  • de verspreiding van de cassaveheksenbezemziekte niet kunnen indammen; en 
  • niet kunnen voorkomen dat vijftig kwetsbare cassavetelers langs de Afobakaweg brodeloos zijn geworden;

Schrapt u ‘voedselschuur’ dan uit uw vocabulaire en verkas het naar de stoffige laden met ontelbare onderzoeksrapporten en plannen die uit onwil niet bestudeerd en uitgevoerd worden. Jullie praten en vergaderen eindeloos, stellen commissies in en blijven maar dromen over die voedselschuur. Dit brengt de om hulp roepende cassavetelers en verwerkers zoals Oda Sanna geen stap vooruit. Drai anu pari botoof verzuip. En dat laatste wil toch niemand? 

Actie gewenst

Als blijkt dat verantwoordelijke ministeries ‘niet over personeel beschikken’ en niet in staat zijn de meest basale acties (zoals hierboven beschreven) te ondernemen om de cassavecultuur te redden, dan is het tijd dat anderen het roer overnemen en tot actie overgaan. Niet alleen het voortbestaan van de cassavecultuur staat op het spel. Ook de eigen voedselvoorziening en voedselzekerheid van duizenden en de bestaanszekerheid van de telers en verwerkers. Hier kan en mag niet licht mee worden omgegaan. Het vereist de hoogste prioriteit en de aandacht van het hoogste gezag: de president van de Republiek Suriname. 

Geef een reactie