Internationale Vrouwendag: Hoeveel vooruitgang is genoeg?

Jrg 22 no 12 maart 2026

Tekst Carla Bakboord

Op de Internationale Dag van de Vrouw sta ik stil bij de vooruitgang die de vrouwenbeweging heeft geboekt. En die is er. Zo hebben we vrouwen in de regering en de Nationale Assemblee, in de rechterlijke macht, medische specialisten, bankdirecteuren en zelfs een vrouwelijke president. Dat zijn mijlpalen waar generaties vrouwen vóór ons voor hebben gestreden. Maar terwijl ik stil sta bij onze vooruitgang en die ook bewust vier, denk ik ook terug aan waar het in Suriname ooit begon. En sta ik ook stil bij de vraag: waarom pleiten we in 2026 nog steeds voor structurele verbetering van de positie van vrouwen?

Vooruitgang en blijvende ongelijkheid

De vrouwenbeweging in Suriname begon ooit met een duidelijke focus: het versterken van de economische positie van vrouwen. Dat was een noodzakelijke ideologische keuze. Er was veel armoede onder vrouwen. Economische afhankelijkheid hield ongelijkheid in stand. Wie geen inkomen heeft, heeft weinig onderhandelingsruimte. Wie financieel afhankelijk is, heeft minder vrijheid om grenzen te stellen, om geweld te verlaten, om keuzes te maken.

Decennia later zien we dat die economische kwetsbaarheid nog steeds bestaat. Ja, er zijn vrouwen doorgestroomd naar topposities. Dat is belangrijk en zichtbaar. Maar er leeft ook een andere keiharde realiteit.  Zo dragen veel vrouwen nog steeds alleen of met behulp van hun moeder de zorg voor hun kinderen. 

Als ik met vrouwen praat, met studenten tijdens workshops, in buurthuizen, op de Centrale Markt, soms gewoon op straat wanneer een gesprek vanzelf ontstaat, hoor ik aangrijpende verhalen. Jonge moeders die mij benaderen met de vraag of ik weet waar ze werk kunnen vinden. Tuinwerk? Huishoudelijk werk? Het maakt ze niet uit. Als er maar geld binnenkomt.

Ik zie hoe de 24-uurszorg voor kinderen bijna vanzelfsprekend bij hen ligt. Zieke kinderen die naar de dokter moeten. Schoolzaken die geregeld moeten worden. Een oppas die voor een klein bedrag wilde helpen, maar zelf nauwelijks rondkomt en de zorg niet aankan. Een kind dat bijna het leven liet omdat het toezicht tekortschoot. En achter die oppas staat weer een ander verhaal van armoede. Het is één lange keten van kwetsbaarheid.

Beeld UN Women

Zorg, rolpatronen en gemiste kansen

En ergens in diezelfde keten staat een jonge vader. Niet per se onwillig. Maar vaak onvoorbereid. Niet geleerd wat zijn rol is. Niet geleerd dat zorgzaam zijn ook mannelijk is. Hij weet het niet, omdat zijn eigen vader er vaak ook niet was. Zo herhalen patronen zich geruisloos, bijna ongemerkt, en blijven zorg en economische verantwoordelijkheid structureel ongelijk verdeeld.

Op de Internationale Vrouwendag moeten we daarom eerlijk durven kijken naar vrouwen en mannen. Ja, vrouwen hebben stappen vooruitgezet. Maar velen dragen nog steeds een dubbele last. En de mannen dragen op hun beurt een ander gemis.  Een achterstand in zorg, in de dagelijkse betrokkenheid, in wat we reproductieve taken noemen: opvoeding, emotionele aanwezigheid, zorgarbeid. Zolang dat terrein als ‘helpen’ wordt gezien, blijven we mannen buiten het hart van het gezinsleven plaatsen. En dat is niet alleen een gemiste kans voor vrouwen, maar ook voor mannen. 

Dit gaat niet alleen over vrouwen. Het gaat ook over de kwaliteit van relaties. Over vaders die hun kinderen liefhebben, maar niet hebben geleerd hoe ze dat dagelijks kunnen laten zien. Over jongens die nooit hebben gezien dat zorgzaamheid stoer kan zijn. Over meisjes die van jongs af aan zien wie de zorg voor het gezin draagt.

Wanneer geld schaars is, zie ik steeds hetzelfde mechanisme: vrouwen zetten zichzelf op de laatste plaats. Hun gezondheid kan wachten. Hun rust kan wachten. Hun dromen ook. Economische afhankelijkheid zit op het moment waarop een vrouw haar eigen behoeften inslikt. En waar afhankelijkheid groot is, wordt het vertrekken uit een gewelddadige situatie bijna ondenkbaar. “Waar moet ik naartoe?” Die vraag klinkt wanhopig. 

Tegelijkertijd zie ik ook hoopvolle verschuivingen. Mannen die bewust kiezen om anders te doen dan hun vaders. Jongens die tijdens sessies zeggen dat zij later wél betrokken willen zijn bij de opvoeding en zorg van hun kinderen. Dát is vooruitgang. Dit moeten we omarmen.

Op de Internationale Vrouwendag sta ik niet alleen stil bij ongelijkheid, maar ook bij structurele oplossingen. Economische versterking van vrouwen, ja, maar ook economische perspectieven voor mannen. Volwaardige werkgelegenheid. Opleidingen. Ouderschapsverlof dat meer is dan papier. Beleidskeuzes die zorg erkennen als fundament van de samenleving. Want zolang zorg onzichtbaar blijft, blijft ongelijkheid zich herhalen. 

Vooruitgang onder druk

De afgelopen jaren is de strijd verbreed. Niet alleen economische verbetering, maar ook de strijd voor structurele gelijkheid in toegang tot macht en besluitvorming, in veiligheid op straat, in de verdeling van zorgtaken en in zeggenschap binnen het huishouden. Toch zijn we er nog niet. Erger nog: wereldwijd zien we een tegenbeweging. Een groeiende vrouwenhaat. Een beweging die vrouwen terug wil duwen naar een strikt traditionele rol, vaak verpakt als romantiek, als ‘natuurlijke orde’, als vrije keuze. De zogenaamde tradwives-beweging presenteert ondergeschiktheid als empowerment. En in sommige onlinekringen gaat het verder: daar wordt openlijk verkondigd dat een vrouw haar plaats moet kennen, dat gehoorzaamheid aan mannen vanzelfsprekend is, en dat fysieke correctie gerechtvaardigd is  wanneer zij ‘niet luistert’. Dit is geen nostalgie. Het is normalisering van geweld tegen vrouwen.

Structurele veranderingen

Ja, er is vooruitgang geboekt. Maar symbolische doorbraken zijn niet genoeg. Een vrouwelijke president betekent niet automatisch dat elke vrouw economisch zelfstandig is. Een vrouwelijke rechter betekent niet dat elke vrouw veilig is in haar eigen huis. Structurele verandering vraagt meer dan representatie. Het vraagt om herverdeling van de macht: thuis, op straat en in beleid.

Internationale Vrouwendag is voor mij daarom niet alleen het vieren van onze vooruitgang. Het is vooral ook een moment van reflectie. Hoe rechtvaardigen wij als samenleving nog steeds geweld tegen vrouwen? Hoe accepteren wij dat armoede onder generaties van vrouwen  voortduurt? En waarom roept gelijkheid tussen vrouwen en mannen nog altijd zoveel weerstand op? Gelijke rechten zijn geen gunst. Ze zijn geen aanval op mannen. Ze zijn geen bedreiging voor het geloof. Ze zijn een voorwaarde voor het opheffen van armoede. Een samenleving die vrouwen structureel versterkt, versterkt gezinnen. En een samenleving die gezinnen versterkt, versterkt zichzelf.

Misschien is de echte vraag van deze tijd: Willen we vasthouden aan ongelijkheid uit angst voor verandering? Of durven we eindelijk te kiezen voor structurele gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen, niet als slogan, maar als realiteit?

Geef een reactie