Geen categorie

Grantangi mijn tachtig plus muzikale leermeesters

Genderoptiek jrg 13 no 4 juli 2016
Door Carla Bakboord

 

André Dompig
Het was een zaterdagmiddag in 2014. De zon scheen fel. De Kwattaweg was weer druk. Gelukkig heb ik altijd muziek in de auto. Er waaide een heerlijke zachte bries. Terwijl ik stapvoets in de ellenlange file reed, luisterde ik naar mijn lievelingsnummer “Feel like making love” van Hubert Laws. Mijn tenorsax maakte al een poos een vreemd geluid. En jarenlang hoor ik dat André Dompig dé man is bij wie je moet zijn om je saxofoon te laten repareren. Ik had hem niet eerder ontmoet. Ik sloeg de Moengostraat in. Bij de poort kwam zijn dochter Esmee naar mij toe. “U kunt gerust doorlopen naar zijn werkplek. Hij wacht al op u”. Ik had namelijk de middag van tevoren gebeld.“ Meneer Dompig slaapt vroeg. Dus moet je niet te laat bellen”, drukte mijn collega saxofonist, Elly Tjon, mij op het hart. Wij spelen samen in het Eddie Snijders Orkest o.l.v. Rieke Mardjo en in Swit Kopro Firi o.l.v Roy Lieuw On. Een vriendelijke korte senioren man liep mij glimlachend tegemoet. Zijn werkplaats staat vol met allerlei gereedschap. Ik maakte kennis met hem en het klikte direct tussen ons. We spraken over zijn werk alsof we elkaar allang kenden. Meneer Dompig heeft op Moengo bij Suralco gewerkt. Zo toevallig dat hij nu aan de Moengostraat woont. Nu jaren later spreek ik weer met hem af. Niet om het repareren van mijn saxofoon. Maar om meer te weten over deze bijzondere man van 87 jaar. Ik hoorde zoveel goeds over hem van musici wiens instrument hij prima gerepareerd heeft. Hij is werkelijk een professionele reparateur van blaasinstrumenten. Hij weet als geen ander alternatief lokaal materiaal te gebruiken om de instrumenten weer optimaal te laten functioneren. Nu hij ouder is, zijn er kwaaltjes bijgekomen en gaat het reparatiewerk hem wat moeilijker af. Hoe gaan we zonder zijn vakmanschap doen? Bekende blazers als Yusuf Lateef, Gordon Brandon, Roy Lieuw On en Purcy Woerdings zijn geen onbekenden die hun instrument aan hem toevertrouwden.

 

Afgelopen zaterdagochtend reed ik alweer die drukke Kwattaweg op voor een gesprek met mijn muziekvriend André Dompig.

“Elk jaar in oktober ging ik naar Moengo. Ik ben daar geboren. Maar bleef vanwege de school in de stad. Het was oorlogstijd; 1942. Toen ik in de zesde klas zat bracht mijn vader mij voorgoed terug naar Moengo. Hij had werk voor mij gevonden bij de bauxietmaatschappij. Ik begon daar vanaf mijn 15e als loopjongen en werkte mij op tot machinebankwerker. 40 jaar lang heb ik er gewerkt”.

Op mijn vraag of hij kinderen heeft, reageert hij lachend: “Ik kreeg elf kinderen. Hoor die zuster no, Dompig je moet stoppen hoor. Ik zei zuster, dan moet die vrouw een stopbord zetten, maar ik zie geen stopbord”. We schaterden het uit. Maar vertel me, hoe bent u begonnen met muziek? “Mijn vader was een bekend musicus. Van hem heb ik klarinet en saxofoon leren spelen. Toen ik jonger was, had hij een viool voor me laten halen. Maar ik ben linkshandig en kon het dus niet bespelen. Ook mijn drie broers speelden toen saxofoon en trompet. Later hebben wij in Dompedro, de band van mijn vader, dansmuziek gespeeld. Albert Nijman was de zanger en Guno Souprayen drummer. Kijk, links in de kamer staat een ouderwetse bariton. Ik heb jarenlang op die bariton in een bazuinkoor geblazen. Ik was instrumentenmaker van de Militaire Kapel. Dhr. Does, de kapelmeester, zei dat er in het magazijn een onbespeelbare bariton was. Ik zei hem dat ik het wel kan repareren. Hij zei, je maakt grappen. Later kwam ik dhr. Does op een begrafenis weer tegen. Hij wilde weten hoe het met die bariton is. Ik had het helemaal gerepareerd. Het speelde feilloos en klonk perfect. Toen ik het uit het magazijn haalde ontbraken mondstuk, hals en rietje.”

Het is sinds kort zijn ritueel om na het ontbijt op het balkon te genieten van de natuur. Daarna rust hij dagelijks een uurtje op bed met klassieke muziek op de achtergrond. Hij heeft zijn rustuurtje speciaal voor mij verschoven maar de klassieke kerkmuziek niet. Zo nu en dan valt er een stilte. Ik kijk hem aan en zie dat hij peinst. Dan kijkt hij mij weer aan en vertelt dat ouder worden gepaard gaat met kwaaltjes. Ik glimlach en knik bevestigend. “Het is toch jammer dat de oudere blazers zich na hun pensioen niet bezig hebben gehouden met het repareren van instrumenten. Dan zouden er toen meer reparateurs zijn”, zegt hij een beetje somber. “Ik begon na mijn pensioen in 1983 ermee. Behalve dwarsfluiten heb ik alle koper- en houtinstrumenten gerepareerd. Ik had geen gereedschap voor de dwarsfluit. Ik houd van dit werk.” Zijn dochter Esmee bevestigt dit. “Mijn vader bezit de kennis en vaardigheid om alles wat thuis kapot is te repareren. Nu hij ouder is, lukt hem dat niet meer. Hij is altijd een zelfstandige man geweest. Een lieve man. Hij zal je nooit lastig vallen als hij iets zelf kan doen”.

Meneer Dompig maakte ook minder prettige dingen mee met musici. Het kwam regelmatig voor dat zij hem niet betaalden. “Ik heb een keer een mondstuk gemaakt voor een bigi tu. En vroeg die man 75 gulden. Ik heb hem nooit meer gezien”, zegt hij lachend. Ik vind het zo bijzonder dat hij lokaal materiaal gebruikt als alternatief om muziekinstrumenten te repareren. Zo heeft hij mijn tenorsax, die helemaal geen goede tonen meer gaf, gerepareerd met plastic. Hij weet uit ervaring dat zijn plastic rubbers in ons vochtig klimaat langer houdbaar zijn dan de authentieke rubbers. En mijn saxofoon speelt sindsdien nog altijd even goed. Dank je wel meester Dompig.

 

Yusuf Lateef Ibrahim

Evenals Dompig, hebben meerdere bijzondere 80 plus mannen mijn leven verrijkt. Mannen die mij met hun muziek beroeren. Niet alleen vanwege hun spel, maar het is de taal van de muziek die ons verbindt. Een unieke chemie. Yusuf, zo noemen wij hem, en Purcy Woerdings, met wie ik in het Eddie Snijders Orkest en Swit Kopro Firi speel, behoren ook tot deze selecte groep. Yusuf heb ik in 2003 leren kennen. Ik voel mij bevoorrecht hem als saxofoonleraar te hebben gehad en nu samen met hem muziek te mogen maken. Ik herinner mij hem als een zeer toegewijde leraar. Voor Yusuf zijn naast het bespelen van het instrument, het lezen van muziekschrift, kennis van de algemene muziekgeschiedenis en natuurlijk ook de geschiedenis van de saxofoon een vereiste. Al meer dan 30 jaar maakt hij zich dagelijks vrij om muziekles te geven. Volgens Alwin Liew On, hoofddocent voor directie en trompet aan het Conservatorium van Suriname, kan geen enkele saxofonist zijn unieke toon evenaren. “U moest hem in zijn jongere jaren hebben gekend. Een fantastische getalenteerde musicus. Hij bespeelt alle blaasinstrumenten.” Ik heb dat ook mogen ervaren toen ik hem al die instrumenten hoorde speelde. Ik heb altijd schik met hem. Hij heeft een enorm gevoel voor humor. Vaak probeer ik mijn lach in te houden wanneer hij mij zachtjes iets toefluistert tijdens de oefening. Een respectabele man, die heel veel grote blazers heeft voortgebracht zoals Gordon Brandon, Ralph Stekkel, Laurence Guds en Xara Blom.

Ook Yusuf komt uit een muzikaal gezin. Zijn vader, Richard Gaddum, ook wel bekend als Broerie, was een bekend musicus. Hij bespeelde de trompet, viool en vele andere instrumenten. Hij was ook één van de eerste musici die arrangementen maakte. Hij schreef zelf koraal muziek en maakte daarbij de arrangementen. Vader Gaddum leerde Yusuf saxofoon en viool spelen. Samen traden zij bij diverse gelegenheden op met vader ’s bazuin. Dat waren prachtige tijden voor Yusuf.

Later trad hij met de begaafde trompettist Waldi Zuiverloon regelmatig op in Palace Hotel met Swing Master.

In maart 1956 trad hij in dienst bij de Militaire Kapel. Na drie maanden militaire training op Zanderij werd hij benoemd tot korporaal. Na te hebben gediend als sergeant en wachtcommandant werd hij ten tijde van Kolonel Elstak benoemd bevorderd tot sergeant majoor en later tot adjudant. In 1969 vertrok hij met de Militaire Kapel naar Nederland om deel te nemen aan de jaarlijkse Taptoe in Delft. Dit was een zeer groot succes. In diezelfde periode namen zij in Hilversum, een plaat op met Surinaamse composities waaronder Puru Futu van Eddie Snijders. Niet alleen in Nederland en Suriname genoot men van de voortreffelijke muziek van de Militaire Kapel, ook op Curaçao, Aruba, Bonaire en in Brazilië stalen zij de harten van het publiek. Yusuf heeft tien jaar lang zijn muzikale bijdrage geleverd aan deze kapel. Zo af en toe oefen ik nog thuis bij hem. Vooral als het om moeilijke stukken gaat. Hij zal dan altijd mijn lievelingsdrank, chiller, voor me klaarzetten. Onvermoeid neemt hij de tijd om de stukken met me te oefenen. Wat een muzikale kracht en eenvoud straalt hij uit. Grantangi maestro Yusuf!

 

Purcy Woerdings

Spelen in een orkest is het mooiste dat ik ervaar bij het maken van muziek. De harmonie, het samenspel, jouw eigen inbreng al is die nog zo klein en het uiteindelijk product brengen mij in een sfeer van ontroering. Tijdens het musiceren houd ik ervan naar anderen te luisteren. Soms raakt een partij mij zodanig dat ik het niet kan laten even naar die musicus te kijken en te glimlachen. Op dat moment voedt het mijn hart en stimuleert mij nog mooier te spelen. Zo streelt Purcy Woerdings meerdere malen mijn hart met zijn zangerige melodie op de hoorn. De hoorn is door de eeuwen heen het symbool geweest van landelijkheid en ongerepte natuur. Twee noten van de hoorn en er komen romantische gedachten in je op.

Meneer Woerdings begon eerst trompet te spelen. Veel later is hij overgestapt op de hoorn. Evenals Yusuf Lateef en André Dompig speelde hij in de Militaire Kapel. Onze dirigent Roy Lieuw On voelt zich zeer vereerd dat wij twee grote muzikale meesters in ons orkest hebben. “Yusuf en Purcy ondersteunen ons muzikaal met hun vakkennis en discipline. Zij zijn onze rolmodellen. Purcy dwingt ons op een zeer subtiele manier disciplinair te zijn. Hij is heel trouw. Je kunt altijd op hem rekenen”, zegt Roy. Volgens Woerdings waren musici vroeger veel gedisciplineerder. “Als de dirigent tikte met zijn stok, stond iedereen paraat. Geen geroezemoes, maar serieus en iedereen was goed voorbereid”.

Meneer Woerdings is ook een plaaggeest. Zo jong als hij was hield hij er al van mensen te plagen. Vooral wanneer een situatie erg serieus is, vertelt hij een mop of doet iemand na om het ijs te breken. Het heeft hem een keer een plekje in een muziekformatie gekost, omdat niet iedereen zijn grapjes verdroeg. Wij vinden het juist heerlijk zo een goedgehumeurde geest in ons orkest te hebben.

Purcy is niet alleen een begaafde hoornist maar ook zanger en percussionist. In de jaren ‘40 begon zijn zangcarrière in het schoolkoor op de Comenius school onder leiding van onderwijzer Leeuwin. Later zong hij in het Maranatha Mannenkoor onder leiding van Walther Leerdam en begin jaren zestig in het Cecilia koor onder leiding van Leo Tjon A Kon. In ‘75 vertrok hij naar Nederland en zong in het gemengd koor Excelsior. Nu zingt hij in het Mannenkoor Harmonie onder leiding van Liesbeth Peroti. In 2015 ontving Purcy Woerdings een welverdiende onderscheiding van het Eddie Snijders Orkest voor zijn 25 jaar lidmaatschap. Dit orkest maakt nog altijd gebruik van zijn muzikale diensten. Mijn dank is groot maestro Woerdings.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: