Jrg 20 no 5 augustus 2023
Tekst Henna Guicherit
Beeld respecctyourself.org.uk
Kom ik misschien van een andere planeet? Dat vroeg ik mij recent weer eens af na het lezen van een bericht over leerlingen die op een school in Paramaribo, heel ongebruikelijk, lessen ‘moeten’ volgen op de gang in plaats van in hun klaslokaal. En ook toen ik tijdens mijn ontelbare bezoeken aan het grootste zwembad in ons land, maandenlang telkens weer vruchteloos aan de bel trok over een 24/7 lekkend toilet. Met een zekere regelmaat doe ik een adres aan in een zandstraat. Ik heb de dag tegoed dat bewoners één van de kuilen die alsmaar groter en dieper worden – zelfs het volledig wegdek beslaan – hebben aangepakt.
Is er dan niemand die het voortouw neemt om de collectieve ‘eigenaren’ van de school, het zwembad en die straat te mobiliseren om er wat aan te doen; niet alleen voor hunzelf maar ook voor anderen. En waar waren de verantwoordelijken voor de uitzending van Janiek Pomba, onze beste langeafstandsloper?
Op de valreep kreeg hij te horen dat hij niet kan afreizen naar Trinidad en Tobago om deel te nemen aan de zestiende Caricom 10K Road Race waar hij volgens zijn trainer, gegeven zijn tijden, favoriet was voor een gouden medaille. De verantwoordelijken voor dit frustrerende debacle hebben geen verantwoordelijkheid genomen. In koor klonk het weer eens gewetenloos: ‘a no mi’.
Bij deze soort momenten bekruipt mij het gevoel dat ik misschien wel van een andere planeet afkomstig ben. Eén waarop je van jong af leert proactief te zijn, oplossingen te zoeken voor de problemen en uitdagingen die je op je pad tegenkomt.Verantwoordelijkheid en ownership te nemen. Niet wachten op Pa Lanti. Je hand niet ophouden.
Ga er vanuit dat die school, dat zwembad en die straat ook van jou zijn en dat die topatleet ons allemaal trots vertegenwoordigt. Handel ernaar! Ruim de troep voor je deur op, haal de petflessen uit de trens, al ben jij niet de vervuiler. Wacht niet op Pa Lanti. Verschuil je niet achter ‘a no mi’, ook al geven bestuurders met deze uitspraak telkens weer het slechte voorbeeld. Zijopenbaren ons op deze manier slechts hun ware aard. Ik stuit bijna dagelijks op zaken die snel en efficiënt kunnen worden aangepakt en zorgen voor een win-win voor alle belanghebbenden. Wij moeten dan wel bereid zijn verantwoordelijkheid en ownership te nemen. Dit vereist een broodnodige en grootschalige landelijke mentaliteitsombuiging. Voorwaar een gigantische uitdaging.
Mentaliteitsombuiging het sleutelwoord
Waarom geven de onderwijsgevenden van die school hun leerlingen op de gang les? Is het veel te warm in de lokalen? Is er sprake van een onveilige situatie vanwege plafonds die ieder moment op de leerlingen kunnen vallen? Zijn er nesten met zoemende Braziliaanse bijen of verplaatst een vette meterslange aboma zich van het ene naar het andere lokaal? Niets van dit alles.
Wat blijkt: de lokalen zijn niet schoongemaakt, want het schoonmaakpersoneel is al maanden wegens ziekte niet aan het werk. Zouden ze echt zolang ziek zijn? Is hun salaris misschien niet toereikend om de verhoogde bustarieven te betalen? Kunnen het schoolhoofd en de resterende drie schoonmakers niet om de tafel zitten en een schoonmaakrooster maken, zodat alle lokalen wel een dag aan de beurt komen?
Meer nog, waarom organiseren de leerkrachten geen ‘schoonmaakfeestjes’ met hun leerlingen? Die zullen al stoeiend met stoflappen, bezems, dweilen, emmers en schoonmaakmiddelen genieten en er bovendien zelf op toezien dat hun lokaal schoon en netjes blijft. Op deze manier is niet alleen het probleem opgelost, maar wat belangrijker is, is dat de leerlingen op een gezellige manier verantwoordelijkheidsgevoel en ownership wordt bijgebracht. Dit positief neveneffect geldt evenzo voor de onderwijsgevenden. De positieve impact kan weleens heel groot blijken te zijn.
Wij moeten ons er van bewust worden dat met de heersende manier van denken en doen – meer nog van niet doen – wij onze doelen niet bereiken. Wat Suriname nu dringend nodig heeft is een grootschalige mentaliteitsombuiging op het micro -, meso-, en macroniveau in alle sectoren en woongebieden. Eén waarbij wij allen onze manier van denken en doen gaan veranderen. Meer eigen verantwoordelijkheid en ownership gaan nemen. Ophouden te denken dat Pa Lanti de klaslokalen wel zal schoonmaken, alle zandstraten zal egaliseren. Weet wel, die scholen, dat zwembad, die straten zijn van ons allemaal. Wij allen, bewoners van dit land, zijn de mede-eigenaren. Dus onderneem actie en zorg voor oplossingen en resultaten.

Openbaar Ministerie onderneemt actie
Met gemengde gevoelens heb ik onlangs kennis genomen van de verantwoordelijkheid die het Openbaar Ministerie heeft getoond middels een mediaoproep aan getuigen van de mensenrechtenschending in het dorp Moiwana die bijkans 37 jaar geleden heeft plaatsgevonden op 29 november 1986. Enerzijds opgelucht dat de Moiwana-case uit de stoffige laden is gehaald nadat de overheid in 2005 verantwoordelijkheid heeft erkend voor de Moiwana-moorden en toenmalig president Ronald Venetiaan in 2006 in Moengo excuses heeft aangeboden aan de nabestaanden van de slachtoffers en het traditioneel gezag.
Anderzijds omdat er zoveel tijd voorbij is gegaan voordat er stappen worden gezet om deze voor Suriname ongekend grove mensenrechtenschending te onderzoeken, verdachten voor te geleiden, daders te berechten en nabestaanden te compenseren. Hoewel ik de oproep aan getuigen toejuich om zich te melden bij elk willekeurig politiebureau toejuich, zijn wij er – volgens – mij nog lang niet.
De Moiwana-moorden op weerloze kinderen, vrouwen en mannen heeft diepe wonden geslagen en is een uiterst traumatische ervaring geweest voor de bewoners van district Marowijne gedurende de Binnenlandse Oorlog (1986 – 1992). Getuigen hebben ongetwijfeld een trauma /’oorlogsziekte’ opgelopen. Daarom is het belangrijk dat politieagenten worden getraind hoe getuigen correct te bejegenen wanneer zij aanklachten indienen tegen Moiwana-plegers.
Uit een onderzoek welke ik in 1995-1996 heb verricht onder oorlogsvluchtelingen die na het vredesakkoord waren teruggekeerd in district Marowijne, is gebleken dat 890 respondenten (83.4 procent) gedurende deze oorlog familieleden en/of vrienden hebben verloren. 894 respondenten (83.3 procent) heeft beschietingen en/of verwoestingen meegemaakt.
Het advies dat toen is verstrekt is dat “in het belang van de gemeenschap en de betrokkenen het raadzaam is op korte termijn voorzieningen te treffen zodat een aanvang gemaakt kan worden met de hulpverlening, behandeling en begeleiding op medisch, psychosociaal, psychotherapeutisch en psychiatrisch gebied voor degenen die zulks behoeven”. Dit advies gold ook de voormalige leden van het Jungle Commando. Wie neemt nu, in het belang van gerechtigheid, verantwoordelijkheid voor een professionele aanpak en begeleiding van (potentiële) getuigen?