Jrg 23 no 7, oktober 2026
Tekst Carla Bakboord
Wanneer over huiselijk geweld wordt gesproken, gaat de aandacht vaak terecht uit naar vrouwen als slachtoffer. Maar ook mannen kunnen er slachtoffer van worden. Over hun ervaringen in Suriname is nog relatief weinig bekend. In haar bachelor onderzoek ‘Geweld tegen mannen’, afgerond in maart 2024 aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, onderzocht Chequita Tower huiselijk geweld tegen mannen in Suriname. Zij wilde vooral nagaan op welke wijze maatschappelijke organisaties kunnen bijdragen aan het identificeren van deze problematiek.
Het onderzoek had een kwalitatief en exploratief karakter. Naast literatuur en bestaande documenten werden semigestructureerde interviews gehouden met vertegenwoordigers van zes organisaties en instanties die vanuit verschillende invalshoeken betrokken zijn bij huiselijk geweld.
Het onderzoek geeft daarmee vooral inzicht in de ervaringen en observaties van deze organisaties. Het kan niet worden gebruikt om vast te stellen hoeveel mannen in Suriname slachtoffer zijn van huiselijk geweld.
Uit het onderzoek komt naar voren dat huiselijk geweld tegen mannen in Suriname voorkomt, maar dat zij niet altijd bereid zijn daarover te praten of aangifte te doen. In interviews werd aangegeven dat mannen bang kunnen zijn dat zij niet serieus worden genomen of uitgelachen wanneer zij melden dat zij slachtoffer zijn van huiselijk geweld.
In een nationaal rapport van het Korps Politie Suriname, waarnaar in de thesis wordt verwezen, stonden 272 mannen geregistreerd als slachtoffer van huiselijk geweld. Zij hadden te maken gehad met fysiek, psychisch of seksueel geweld.
Tower wijst er tegelijkertijd op dat voorzichtig met de beschikbare informatie over geweld tegen mannen moet worden omgegaan. Er is nog onvoldoende onderzoek om een volledig beeld te krijgen van de aard en omvang van het probleem.

Verschillende vormen van geweld
De interviews laten zien dat geweld verschillende vormen kan aannemen. Zo worden emotioneel, lichamelijk, psychisch en verbaal geweld genoemd.
Bij emotioneel geweld kwam onder andere naar voren dat mannen het contact met hun kinderen kan worden ontzegd. Ook werd het dreigen met het publiceren van beelden, foto’s of correspondentie via sociale media genoemd.
Bij lichamelijk geweld werden onder meer brand- en bijtwonden genoemd bij mannen die zich als slachtoffer hadden aangemeld.
Psychisch (geestelijk) geweld uit zich onder andere in belediging en bedreiging. Verbaal geweld wordt in het onderzoek eveneens genoemd als een vorm van geestelijk geweld, waarbij woorden worden gebruikt die de ander pijn doen.
Uit de interviews komt naar voren dat vooral geestelijk geweld wordt gemeld. Angst voor de partner wordt daarbij ook genoemd.
Tegelijkertijd blijkt dat geweld tegen mannen niet uitsluitend binnen partnerrelaties plaatsvindt; ook binnen bredere familie en huiselijke relaties krijgen mannen en jongens te maken met geweld en machtsverhoudingen.
De gevolgen kunnen ernstig zijn. In één van de interviews werden depressie en zelfdoding genoemd als mogelijke gevolgen van geweld tegen mannen.
Risicofactoren
Een belangrijk onderdeel van Towers’ onderzoek betreft de risicofactoren voor huiselijk geweld tegen mannen. Op basis van een rapport van Dienst Informatie Criminele Verzorging beschrijft zij dat plegers van huiselijk geweld vaker alcohol en drugs gebruiken. Daarnaast worden cultuur, religie en psychologische factoren genoemd. Bij partnergeweld wordt ook jaloezie als mogelijk motief genoemd.
In de interviews komen daarnaast andere factoren naar voren. Eén daarvan is het machtsverschil en de afhankelijkheid. Daarbij wordt macht niet alleen verbonden aan de vraag wie binnen het huishouden beslissingen neemt. Ook de macht die iemand over de emoties van een ander kan hebben, wordt genoemd.
Verder kunnen verschillende vormen van afhankelijkheid een rol spelen. Het onderzoek noemt verblijfsafhankelijkheid, verblijfsstatus en zorgafhankelijkheid, of een combinatie daarvan. Als een man bijvoorbeeld geen andere plaats heeft om te verblijven wanneer zijn partner hem uit huis wil zetten, kan dat zijn positie kwetsbaarder maken.
Ook ziekte kan tot afhankelijkheid leiden wanneer hij voor behandeling of verzorging thuis afhankelijk is van zijn partner. Daarnaast worden persoonlijke problemen genoemd, waaronder psychische of psychiatrische problematiek en een verstandelijke beperking.
Tenslotte noemt het onderzoek eerdere ervaringen met geweld. Zelf geweld hebben meegemaakt of getuige zijn geweest van partnergeweld tussen ouders wordt eveneens als risicofactor beschreven.
Maatschappelijke organisaties
Tower onderzocht ook de rol van maatschappelijke organisaties en instanties. De geïnterviewde organisaties houden zich op verschillende manieren bezig met huiselijk geweld, bijvoorbeeld door begeleiding, juridische ondersteuning, voorlichting, training en doorverwijzing.
Echter, uit de interviews blijkt dat het aantal mannen dat zich bij deze organisaties als slachtoffer meldt klein is. Sommige organisaties beschikken daardoor over weinig specifieke informatie over huiselijk geweld tegen mannen. Ook blijkt dat de bestaande hulpverlening en activiteiten bij verschillende organisaties voornamelijk zijn ontwikkeld vanuit hun werk rond geweld tegen vrouwen.
In het onderzoek wordt daarom gewezen op het belang van verdere gegevensverzameling en onderzoek naar de aard en omvang van huiselijk geweld waarbij mannen het slachtoffer zijn.
Een belangrijke bijdrage van Towers’ onderzoek is juist het zichtbaar maken van hoeveel er nog onbekend is. Het onderzoek beschrijft verschillende vormen van geweld en brengt mogelijke risicofactoren in beeld, maar biedt geen basis om uitspraken te doen over hoe vaak huiselijk geweld tegen mannen in Suriname voorkomt. Daarvoor is nader onderzoek nodig.
Wanneer ook mannelijke slachtoffers zich melden bij de politie, hulpverleners en maatschappelijke organisaties kan dit helpen om inzicht te krijgen in huiselijk geweld tegen mannen. Het onderzoek maakt in ieder geval duidelijk dat ook de ervaringen van mannen onderdeel zijn van de bredere problematiek van huiselijk geweld in Suriname.
Genderperspectief
Wat mij in deze bevindingen vooral opvalt, is de invloed van verwachtingen over mannelijkheid. Wanneer van mannen wordt verwacht dat zij sterk en weerbaar zijn en hun problemen zelf oplossen, kan juist die verwachting het moeilijker maken om zich als slachtoffer te tonen en hulp te zoeken.
Aandacht voor mannelijk slachtofferschap doet niets af aan de ernst van geweld tegen vrouwen. Een genderbewuste benadering vraagt juist dat we verschillen erkennen én oog hebben voor iedereen die huiselijk geweld ervaart.-.