gendergelijkheid maatschappij mensenrechten vrouwen vrouwenrechten

Met CEDAW op weg naar een betere positie voor vrouwen

Jrg 16 no 6 september 2019
door Renuka Biharie

 

Onlangs heb ik, Renuka Biharie, Coördinator van het Institute for Women, Gender and Development Studies (IWGDS), van 12 juli tot en met 2 augustus de “CEDAW South to South Capacity Building Training” gevolgd in Trinidad and Tobago. Deze training werd gefaciliteerd door de CEDAW Committee van Trinidad and Tobago (CCoTT), Women’s Human Rights Institute van de University of Toronto, Eastern Caribbean Alliance for Diversity and Equality (ECADE) en het Institute for Gender and Development Studies (IGDS) van de University of the West Indies (UWI).

 

Waarom CEDAW?

Het VN- Vrouwenrechtenverdrag – Convention on the Elimination of all forms of Discrimination Against Women (CEDAW), behoort tot één van de belangrijkste mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties (VN). CEDAW heeft als basis de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), welke in 1948 door alle lid landen van de VN werd aangenomen ter waarborging en bescherming van de rechten van alle mensen. Helaas bleek al gauw dat vrouwen over de hele wereld basisrechten ontbeerden en internationale mechanismen hoognodig waren om staten te verplichten mannen en vrouwen gelijke politieke, sociaaleconomische en culturele rechten te verzekeren. Suriname heeft in 1993 CEDAW geratificeerd en zich daarbij verplicht de nationale wetgeving in lijn te brengen met dit verdrag en discriminatoire regelgeving met betrekking tot vrouwen weg te werken.165 a Vlnr Angely Lytle, Terry Inch, Alda Facio en Renuka Biharie

Voor wie en waarom deze training?
De participanten van deze training kwamen niet alleen uit de regio maar ook van daarbuiten zoals uit Malawi. Het waren medewerkers van ngo’s, gender focal points van ministeries, mensenrechtenactivisten, wetenschappers en vertegenwoordigers van de LGBTQ -gemeenschap. Zij hebben in hun dagelijks werk te maken met vrouwen – en gendervraagstukken.

Het eerste deel van de training werd van 12 tot 22 juli online verzorgd. Hierin werden twee modules behandeld; basiskennis van internationale mensenrechteninstrumenten en het VN- mensenrechtensysteem met een knipoog naar de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR). Na positieve kwalificatie kon ik door naar de “face to face” training van 25 juli tot 2 augustus Dit was een meer “in-depth” training over onder andere de basisprincipes van CEDAW, de Algemene Aanbevelingen, procedures van het Comité Mensenrechten tegen de achtergrond van culturele veranderingen en “Speciale Procedures” van mensenrechten met een specifieke focus op de VN – Werkgroep  discriminatie tegen vrouwen in de wetgeving en praktijk. Het doel van deze training was om de participanten zoveel als mogelijk instrumenten aan te reiken over de universaliteit van mensenrechten vooral in tijden waarin de rechten van de doelgroep worden geschonden, maar meer nog om zoveel als mogelijk uitvoering te geven aan CEDAW op nationaal niveau.

Trainers
De deskundigen voor de training zijn zorgvuldig geselecteerd; Alda Facio, Angela Lytle, Terry Inch, Rhoda Reddock en Meskerem Geset Thechane.

De hoofdtrainer Alda Facio is een bekende feminist en jurist afkomstig uit Costa Rica. Zij is medeoprichter van het Mensenrechten Instituut van de Universiteit van Toronto en een deskundige in de VN Werkgroep discriminatie tegen vrouwen in de wetgeving en praktijk. Facio heeft ook jarenlang bijgedragen aan het “International Women’s Rights Action Watch- Asia Pacific(IWRAW-AP)’s Global to local NGO training” voor de CEDAW Commissie. Angela Lytleis een mensenrechtenactivist en sinds 2009 directeur van het Mensenrechten Instituut in Toronto. Zij heeft internationale capaciteitsversterkingsprogramma’s voorbereid en uitgevoerd voor ngo’s over vrouwenrechten en CEDAW.Terry Inch is de oprichter van CCoTT en deskundige in mensenrechten advocacy voornamelijk voor ngo’s. Rhoda Reddock, is professor gender, sociale verandering en ontwikkelingsstudies en voormalig directeur van het Instituut voor Gender& Development Studies van de universiteit van de West Indies. Bovendien heeft zij zitting in de CEDAW Commissie. Tot slot Meskerem Geset Thechane een mensenrechtenjurist uit Ethiopië met vijftien jaar ervaring. Zij is rechter bij het Hooggerechtshof in Ethiopië en is ook betrokken geweest bij het formaliseren van de “Human Rights Law” voor de Afrikaanse Unie. Naast deze trainers waren ook gastsprekers aanwezig die hun jarenlange ervaring met mensenrechten en het werk van de CEDAW Commissie hebben gedeeld.

165 b Enthousiaste deelnemers en trainers van de CEDAW South to South Capacity Building Training

Het verdrag
Het Basisprincipe van CEDAW is: Daadwerkelijke Gelijkheid. Dit principe verwijst naar gelijkheid voor mannen en vrouwen, rekening houdend dat mannen en vrouwen zowel biologisch als sociaalmaatschappelijk van elkaar verschillen en dat ze op basis hiervan benadeeld kunnen worden. Deze benadering van gelijkheid geldt ook voor de verschillende intersecties zoals inheemse – en marronvrouwen, vrouwen met een beperking, vrouwen in het kustgebied ten opzichte van vrouwen in het binnenland, gehuwde en gescheiden vrouwen, migrantenvrouwen of vrouwen met een andere seksuele oriëntatie. CEDAW bevordert het Daadwerkelijke Gelijkheidsmodel, vanuit twee centrale benaderingen:

  • Gelijkheid van mogelijkheden en kansen: in termen van beleving van toegang tot diverse bronnen binnen de wet en regelgeving en ondersteund door instituten en mechanismen.
  • Gelijkheid van de resultaten: op maat gesneden toegang om de positie van alle vrouwen te verbeteren. Op de Staat rust de verplichting en verantwoordelijkheid om praktische realisatie van de rechten te verzekeren en dus ook de verplichting om de resultaten te publiceren.
  • Naast het principe van gelijkheid is ook van belang het principe van “Non- Discriminatie en Staatsverplichting”vervat inArtikel 1. Toch zien we dat vrouwen herhaaldelijk discriminatie ondervinden bij hun politieke, economische en sociale ontwikkeling. Zo ook als het gaat om seksueel -, lichamelijk – en psychisch geweld tegen vrouwen en machtsrelaties tussen mannen en vrouwen in familieverband. Daarom is het verdrag toegespitst op zowel het private als het publieke domein.
  • Heel belangrijk is de Staatsverplichting. Het tekenen en ratificeren van een verdrag brengt verplichtingen met zich mee, maar ook begrip en rekenschap voor zowel de statelijke als de niet- statelijke actoren. De Staat heeft twee basisverplichtingen jegens het verdrag te weten:
  • Een inspanningsverplichting – zorgdragen dat wet – en regelgeving conform het verdrag worden aangepast; en
  • Een Resultaatsverplichting – waarborgen dat de rechten daadwerkelijk in de praktijk worden beleefd.

Artikel 2, 3 en 4 van CEDAW geven uitgebreid uitleg over de verplichtingen van de Staat. De Staat heeft de plicht om middels wet – en regelgeving institutionele mechanismen en beleid in te stellen en het principe van non- discriminatie te onderschrijven.

Artikel 3 verwijst naar het promoten van het principe van Daadwerkelijke Gelijkheidterwijl Artikel 4 de Staat verplicht middels tijdelijke speciale maatregelende de facto ongelijkheid en historische discriminatie versneld aan te pakken.

Elke VN – Commissie legt de verdere interpretatie van zijn verdrag vast in Algemene Aanbevelingen. Zo heeft de CEDAW Commissie reeds 37 Algemene Aanbevelingenaangenomen die een nadere uitleg geven over de rechten van vrouwen en de verplichting van de Staat. 

CEDAW en Ngo’s
Er zijn verschillende manieren waarop ngo’s en andere organisaties kunnen bijdragen aan het CEDAW- beoordelingsproces.

  • Het opsturen van een schaduwrapport.
  • Ngo’s, wetenschappers en andere organisaties hebben ook de plicht om de CEDAW Commissie aanvullende informatie te verschaffen.
  • Participatie in het beoordelingsproces.
  • Als het schaduwrapport eenmaal is doorgestuurd hebben ngo’s de mogelijkheid een korte publieke statement te maken en mogen ook de staatsbeoordeling bijwonen. Ngo’s worden in dit proces begeleid door IWRAW Asia Pacific.
  • Verspreiden van informatie en follow-up.
  • Ngo’s spelen een belangrijke rol door aanbevelingen aan de Staat zichtbaar te maken via onder meer de media en rondetafelgesprekken.

Suriname en CEDAW

Waar staan wij? De Staat heeft de plicht om vierjaarlijks te rapporteren over de voortgang van de naleving van het verdrag. Suriname heeft in 2018 een gecombineerd vierde, vijfde en zesde  periodiek verslag ingediend voor beoordeling. De CEDAW Commissie heeft vervolgens haar aanbevelingen vervat in de Slotopmerkingen. Deze slotopmerkingen behoren in maart 2022 volledig uitgevoerd te zijn. Echter zijn er ook aanbevelingen gedaan die uiterlijk maart 2020 moeten zijn uitgevoerd. Deze zijn vervat in paragraaf 11c, 11d, 15a en 15b van de “Concluding observations on the combined Fourth to sixth periodic reports of Suriname”.Paragraaf 11c en 11d betreffen conceptwetgeving voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen, inclusief de definitie van discriminatie tegen vrouwen met alle intersecties in het private en publieke domein.

Paragraaf 12 verwijst naar verplichte capaciteitsversterking voor parlementariërs, beleidsmakers, en overheidsfunctionarissen met betrekking tot de zichtbaarheid van het verdrag en het belang van Daadwerkelijke Gelijkheid van mannen en vrouwen met het doel wet – en regelgeving aan te passen ter bevordering van vrouwenrechten.

In paragraaf 15a beveelt de CEDAW Commissie Suriname aan om zonder uitstel de organisatie structuur van het Bureau Gender Aangelegenheden (BGA) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken te voltooien en te verzekeren dat BGA de autoriteit heeft om besluiten te nemen alsook over financiële en technische middelen beschikt om effectief vrouwenrechten en gendergelijkheid in Suriname te bevorderen. Tot slot legt Artikel 15b Suriname de verplichting om een nationaal gender beleidsdocument 2018-2021 te formuleren met specifieke doelen en indicatoren. Vermeldenswaard is dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken in juni 2019 het Genderactieplan 2019-2020 en het Gendervisie-Beleidsdocument 2021-2035 heeft gefinaliseerd en gepresenteerd. Daarmee is invulling gegeven aan de aanbeveling in paragraaf 15b.

Rondetafelgesprek
In april 2019 organiseerde het Institute for Women, Gender and Development Studies (IWGDS) van de Anton de Kom Universiteit een rondetafelgesprek.De discussie focuste zich op de slotbepalingen van maart 2018 door de CEDAW Commissie en hoe de strategieën het best te implementeren met alle actoren. Op deze meeting waren o.a. aanwezig de Voorzitter van De Nationale Assemblee, BGA, gender focal points en de Ngo’s Women Rights Centre en Ultimate Purpose.

Prof. Rhoda Reddock, expert van de CEDAW Commissie, gaf een presentatie over de procedures van deze commissie en de verplichtingen van de Staat.

Het is een historisch moment geweest, omdat voor het eerst in Suriname een dergelijke discussie werd gevoerd samen met een expert van de CEDAW Commissie. Er zijn enkele actiepunten geïdentificeerd die op korte termijn door BGA/ het Ministerie van Binnenlandse Zaken, al dan niet in samenwerking met partners, uitgevoerd moeten worden.

Enkele “Good Practices” die de Staat Suriname zeker op korte termijn kan doorvoeren zijn:

  • Aanpassing van discriminatoire wet – en regelgeving
  • Training en Awareness programma’s voor beleidsmakers, parlementariërs en overheidsfunctionarissen
  • Partnerschappen aangaan om de slotbepalingen te implementeren.
  • Focus op de CEDAW Principes: Daadwerkelijke Gelijkheid – Non- Discriminatie Staatverplichting – Standaarden en intersectionele benadering.

 

Ook belangrijk zijn onderstaande aanbevelingen die zijn voortgekomen uit het rondetafelgesprek.

  • De instelling van een Nationaal Klachtenbureau voor de Schending van Vrouwenrechten. Dit verdient grote prioriteit en is ook een voorwaarde om het Facultatief Protocol bij het VN-Vrouwenverdrag te kunnen ratificeren. Het registreert en categoriseert het typen klachten en maakt de discriminatie van vrouwen zichtbaar. Deze data kunnen richting geven aan wetenschappelijk onderzoek. Bovendien kan het bureau een ondersteunende rol vervullen in het rechtsproces.
  • Het zorgdragen voor een veilige omgeving voor jonge kinderen, kinderen met een beperking en senioren burgers ter ondersteuning van vrouwen die veelal de zorgplicht dragen.
  • Wetenschappelijk onderzoek door de universiteit naar maatschappelijk relevante vraagstukken zoals tienerzwangerschap en tienermoederschap, ondervertegenwoordiging van vrouwen in posities van beleid en besluitvorming.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s