Jrg 22 no 2 mei 2025
Tekst Carla Bakboord
Met de verkiezingen in aantocht zwermen beloften, heilige taal en politieke toneelstukken weer door ons land Suriname. Maar achter de rook en de spiegels staat een gouden kalf. Hét christelijk symbool van verleiding en valse aanbidding, dat al jaren gretig wordt aanbeden.
Er hangt weer verkiezingslucht boven het land. Je ruikt het aan de billboards die als onkruid uit de grond schieten, je proeft het in de gesprekken op straat, en je voelt het in de grijns van de politicus die ineens je buurt bezoekt alsof hij je achternaam kent. De dans is begonnen. En zoals bij elk dansfeest worden de maskers strak opgezet, de beloften luid gezongen en het vuil… ja, het vuil vliegt rijkelijk door de lucht.
Want wat zijn verkiezingen nog waard als we elke vijf jaar opnieuw dezelfde liedjes horen? “Wij gaan het anders doen!” roepen ze. En ik denk dan: anders dan wát precies? Anders dan de vorige keer dat je precies ditzelfde zei? Anders dan toen je beloofde scholen te bouwen, onderwijs te verbeteren, wegen te herstellen, jongeren aan werk te helpen, ziekenhuizen waar de bedden niet versleten zijn, waar verbruiksartikelen niet beschikbaar zijn en waar verpleegkundigen niet onderbetaald worden in ondankbare omstandigheden. Een plek waar infrastructuur niet alleen een verkiezingswoord is, maar een zichtbare realiteit in onze straten en scholen. Hoe vaak moet een belofte reïncarneren voor we doorhebben dat het dezelfde ziel is in een ander jasje?
Beste lezer, u staat op het punt een beslissing te nemen die vijf jaar lang uw leven zal beïnvloeden. Vijf jaar lang zullen de nieuwe regeerders bepalen hoeveel geld uit uw portemonnee verdwijnt. Ze noemen het belasting, een edel woord, en u mag hopen, bidden zelfs, dat uw belastinggeld ooit terugkeert in wat ik eerder genoemd heb. En dat uw welverdiende geld niet roekeloos wordt uitgegeven aan talloze nutteloze ambassadeposten en het accommoderen van familie en vrienden. Want daar betaalt ook u voor.
En ja, nu er olie en gas is gevonden, zie ik iets veranderen. Niet ten goede. De hebzucht ruikt het zwarte goud voordat de aarde het loslaat. En met die geur komt iets anders mee: ‘religie’. Grote woorden, grootse gebaren. “God heeft mij hier geplaatst,” fluisteren zij, schreeuwen zij, krijsen zij soms, net iets te luid, net iets te vaak. Mijn zoon zei laatst: “Mam, pas op voor mensen die te hard schreeuwen dat ze God aanbidden. Vaak bedoelen ze de G van Goud en Geld.” En ik dacht, hij heeft gelijk. Zij zijn in de ban van het gouden kalf.

Maar het blijft daar niet bij. Veel politici hebben social media ontdekt. Ze maken filmpjes; korte, gelikte video’s waarin ze net doen alsof ze met het volk praten, terwijl ze intussen vuil smijten met AI-gegenereerde stemmen die klinken als nieuwslezers. Desinformatie, vermomd als journaal. Een toneelstuk waarin iedereen applaudisseert, zelfs als het decor allang in brand staat. Op Facebook lees en hoor ik de ene na de andere belofte. De ene nóg mooier dan de andere. Je zou bijna vergeten hoe
grandioos ze hebben gefaald met de vorige beloften maar ach, nieuwe verkiezingen, nieuw geheugen.
Laatst zei een taxichauffeur tegen me: “Mevrouw, ik weet echt niet of ik ga stemmen. Ze liegen allemaal. En als ze de waarheid spreken, dan weet je het nóg niet. Ik weet niet meer wat waar is en wat niet. Het is zo erg geworden. Nog erger dan alle jaren ervoor.”
En weet je? Ik begrijp hem. Die vermoeidheid. Dat wantrouwen. Die permanente twijfel. Want hoe vaak zijn we niet teleurgesteld? En toch… toch hoop je, elke keer opnieuw. En daarom praat ik vaak met mijn vrienden en vriendinnen; de kritische, de betrokkenen, de intellectuelen. We maken ons terecht zorgen. Grote zorgen. Niet alleen over de toekomst van Suriname, maar ook over de koers die we op dit moment varen. Een land met zoveel potentie, maar waar de menselijke factor faalt. Niet de natuurlijke hulpbronnen zijn ons probleem, maar de menselijke.
Hoe is het mogelijk dat in een land met amper 600.000 inwoners geen enkele regering in staat blijkt om samen met de burgers te zorgen voor welzijn en welvaart? Onze moeders, die decennialang met een klein huishoudbudget leiders, academici en vakmensen voortbrachten, hadden meer visie dan menig minister. Regeren is vooruitzien, zeggen ze. Maar wat ik zie, is achteruitzien.
De mannen die al sinds de vorige eeuw met de politieke scepter zwaaien, hebben er weinig van terechtgebracht. Veel beloftes, veel gebakken lucht. Slechts een enkeling heeft echt verschil gemaakt. Maar de meesten kwamen, verrijkten zich en verdwenen zonder enige verantwoording, zonder schaamte.
En ja, we mogen ook naar onszelf kijken. Ook de burgers dragen verantwoordelijkheid. We kunnen niet kritisch zijn in huis en dan kritiekloos stemmen. We moeten ons niet laten verblinden door partijkleur of beloften aan een voedselpakket. Stemmen is geen gunst, geen formaliteit. Het is een recht en op 25 mei een daad van verzet tegen achteruitgang. Een keuze voor verbetering van ons land, van onze gemeenschap en van ons eigen leven. Ook ná de verkiezingen mogen wij ons moreel kompas niet verliezen. Want wie meedoet aan corruptie, zoals steekpenningen geven of gunsten ruilen voor eigen voordeel, maakt zich medeverantwoordelijk voor het systeem dat we moeten bestrijden. Dus ja, ga stemmen. Stem bewust. Raak niet in de ban van goud, olie en gas, of pseudo-heilige retoriek. Stel vragen. Denk na. Vergeet die loze beloften van vorige verkiezingen niet. En weet je stem uitbrengen is niet alleen een recht; het is zelfverdediging. Voor jouw gezin. Voor jouw toekomst. Voor jouw waardigheid. Voor de jongeren die de hoop nog niet hebben opgegeven. Want telkens als we stemmen zonder herinnering, geven we het gouden kalf weer een troon.