Jrg. 23 no 8 november 2026
Tekst Henna Guicherit
25 November is niet alleen de dag waarop wij onze onafhankelijkheid vieren. Het is ook de ‘Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen’ die in 1960 door de Verenigde Naties is ingesteld. Hieraan zijn ‘16 Dagen van Activisme’ tegen op gender gebaseerd geweld gekoppeld. In deze periode van het jaar wordt wereldwijd extra aandacht gevraagd voor een geïntegreerde aanpak van huiselijk en op gender gebaseerd geweld. Laten wij in deze zestien dagen van activisme ook aandacht vragen voor geweld dat door de staat wordt gepleegd.
Huiselijk geweld manifesteert zich in fysiek, psychisch, seksueel en financieel geweld. Staatsgeweld kent ook vele vormen en er kan, net als bij huiselijk geweld, ook sprake zijn van terreurgeweld.
Burgers mogen in onze rechtsstaat het recht niet in eigen hand nemen. Het Korps Politie Suriname is belast met het handhaven van de openbare orde en veiligheid en het Nationaal Leger met de bescherming van ons grondgebied. Deze instanties mogen bij de uitvoering van hun taak geweld toepassen. Maar dat geweld is wel aan wettelijke regels en principes gebonden die strikt moeten worden nageleefd.
Wanneer de overheid disproportioneel geweld gebruikt tegen burgers, die bijvoorbeeld gebruik maken van hun recht op demonstratie en vrije meningsuiting, is er sprake van onrechtmatig staatsgeweld. Velen zijn de mening toegedaan dat er bij het staatsoptreden tegen de massale protestdemonstratie in Paramaribo op 17 februari 2023 en in het bijzonder bij de opstand in Pikin Saron op 2 mei 2023 sprake was van staatsgeweld.

Oorzakelijk verband
Wanneer getergde slachtoffers van langdurig onrecht casu quo geweld door de staat wordt aangedaan, ten einde raad actievoeren voor hun legitieme rechten, worden de onderliggende oorzaken doorgaans niet in beschouwing genomen. Dan wordt burgerverzet in het ergste geval met geweld onderdrukt.
De getergde slachtoffers van het staatsgeweld worden vervolgens beschouwd als de plegers/daders van dat geweld. De schuldvraag wordt op deze wijze verschoven van de onrechtmatige geweldpleger – de staat – naar de burgers die opkomen voor hun rechten die notabene door de staat zijn geschaad.
Voorbeelden van staatsgeweld
Een vorm van structureel staatsgeweld is de stelselmatige verstrekking van mijnbouwconcessies en houtkapvergunningen aan multinationals, partijbonzen, partijsponsoren, beleidsadviseurs, familieleden en vrienden, daarbij voorbijgaand aan het collectieve eigendomsrecht van inheemsen en tribale volken. Hun traditionele leefgebieden zijn nog steeds niet gedemarkeerd en ook niet juridisch beschermd.
De wettelijke erkenning van hun grondenrechten wordt al jarenlang doelbewust op de lange baan geschoven. Het zou van een wonder getuigen als zij niet tot actie zouden overgaan. Immers, de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen door derden heeft een zeer negatieve impact op hun kost-, jacht- en visgronden; hun middelen van bestaan. Pijnlijk is het dat zij, en niet de exploitanten en de staat, worden bestempeld als de plegers/daders.
De opstand van Pikin Saron op 13 mei 2023 is hier een sprekend voorbeeld van. Toen gebruikte de politie (lees de staat) excessief en disproportioneel geweld, waaronder vuurwapengeweld tegen bewoners van Pikin Saron en omgeving die zich verzetten tegen de houtkapvergunningen en mijnbouwconcessies in hun leefmilieu.
Zo ook het telkens terugkerende verzet van de kleinschalige goudzoekers uit Nieuw Koffiekamp in Brokopondo. Dit transmigratiedorp ligt in de concessie die de overheid aan goudmultinational Rosebel Gold Mines heeft verstrekt. Dat is op zich al een vorm van suku trobi. Als dan de lokale goudzoekers, die geen mijnbouwrechten in de omgeving van hun dorp hebben, op zoek gaan naar goud voor hun levensonderhoud, wordt dat hen onmogelijk gemaakt. Is dat niet onrechtvaardig?
‘Pa Lanti’, shame on you
De overheid weet al geruime tijd dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat Wayana-inheemsen aan de Tapanahony en Lawa als gevolg van de goudwinning zijn blootgesteld aan hoge norm overschrijdende kwikwaarden in deze rivieren. Het toxische zware metaal hoopt zich op in de voedselketen en leidt tot ernstige gezondheidsproblemen. Toch geeft ’Pa Lanti’ niet thuis.
Wie formeel als verdachte is aangemerkt en jarenlang is verwikkeld in een strafrechtelijk proces, kan dit terecht als staatsgeweld ervaren. Jarenlange onzekerheid over een rechterlijke uitspraak rijmt zich niet met het recht op een redelijke procestermijn.
Ook het structurele en diepgewortelde geweld in cellenhuizen en penitentiaire instellingen valt onder de noemer van onrechtmatig geweld van de staat.
Ontoelaatbaar
Joël Panka, voorzitter van de bond bij het Korps Brandweer Suriname deed de samenleving, in deze tijd van verhoogd brandrisico en ontoereikende bestrijdingsmiddelen, opschrikken met zijn mededeling dat minimaal 140 brandweerlieden zijn ingezet – niet voor brandbestrijding en brandbeveiliging – maar voor beveiliging van ministers en hoogwaardigheidsbekleders.
Het is bekend dat het Korps Politie Suriname ook te kampen heeft met een tekort aan politieambtenaren. Maar dat er, volgens minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid, VIP’s zijn die over achttien tot eenentwintig politieambtenaren beschikken voor hun persoonlijke beveiliging, die zich uitstrekt tot partners en ex-partners, gaat wel alle perken te buiten.
Wanneer de beveiliging van een kleine groep bevoorrechten en hun have en goed voorrang heeft boven die van het volk, wordt het volk door de staat geweld aangedaan. De Grondwet schrijft voor dat allen die zich op het grondgebied van Suriname bevinden gelijke aanspraak maken op bescherming van persoon en goederen.
Staatsterreurgeweld
Voorbeelden van staatsterreurgeweld, van ultieme mensenrechtenschendingen (misdrijven tegen de menselijkheid) uit onze recente geschiedenis zijn: de standrechtelijke executie van vijftien critici van het militaire bewind op 8 december 1982; en het bloedbad dat op 29 november 1986 door het Nationaal Leger is aangericht in het marrondorp Moiwana, waarbij 39 mensen, onder wie vrouwen en kinderen, zijn omgekomen.
Mensenrechteneducatie en mensenrechtenbewustzijn zijn belangrijke voorwaarden om de mensenrechten te waarborgen. Het is hoogtijd dat mensenrechteneducatie deel uitmaakt van het overheidsbeleid en het curriculum van onderwijsinstellingen.-.